De weblog met de positieve vibes!

11.1.05

Prettige sfeer op een dakterras

Na een flink glas bier van het merk 'Tiger' ging het wel weer. We zaten bij 'Harry's Bar' op het vliegveld van Singapore, inmiddels onze favoriete 'hang-out' op 'Changi Airport'. De bar bevint zich in de open lucht en die is in Singapore meestal vochtig, maar aangenaam. Op een terras aan het einde van terminal twee, linksboven 'McDonalds', voert een grote glazen deur die vrijwel voortdurend wordt geboend door een klein Aziatisch vrouwtje, naar een tuin die volstaat met cactussen.

De stekelige planten groeien in brede borders tegen de uiteinden van het terras. Er loopt geloof ik een paadje doorheen. Verder staan er verschillende bankjes in zones voor 'smoking' en 'no smoking' - waar niemand zich overigens iets van aantrekt - en er is een bar met wat tafeltjes er omheen. De barman is een Singaporese bink. Hij schenkt zijn drankjes met flair, waarbij hij en passant subtiel de flessen rond zijn vingers draait. Als er even geen klanten zijn, rookt hij relaxed een sigaret.

'Harry's' hadden we een aantal jaar geleden bij toeval ontdekt, na een vlucht vanuit Perth. Volgens Miriam doordat we ten faveure van mijn nicotineverslaving de borden met het pictogram van een brandende sigaret waren gevolgd. Er hangt een prettige sfeer op het dakterras. Het publiek is een mix van vermoeide reizigers en personeel van de luchthaven. Op een bankje schuin achter ons zat een geüniformeerde douanebeambte te flirten met een jongere collega. Zij flirtte terug.

We probeerden wakker te blijven, na het eerste deel van onze marathonreis. Hoe laat was het? In welke tijdzone zaten we? Mijn vader stuurde een tekstbericht: "Zitten nu op Frans terrasje Chiang-Mai bij nightmarket. Zo hapje eten. Goeie reis nog!" Ik SMS-te terug dat ik precies wist welk terrasje hij bedoelde en dat ik het heerlijk zou vinden om op diezelfde plek te zijn. Vooral om na dat hapje eten lekker naar het hotel te gaan, om in een bed te slapen en niet in een vliegtuigstoel.

De eerste vlucht was kort en niet onaangenaam geweest. Om acht uur 's ochtends hadden we op het vliegveld in Christchurch onze bagage afgegeven voor het complete traject naar Amsterdam. Na aankomst in Auckland at ik twee cheeseburgers, waar ik twee uur later al weer spijt van had. De elf uur naar Singapore duurden vooral erg lang. De fragmentarische slaap en nuttiging van lunch en avondeten op onlogische tijdstippen, hadden ons bioritme danig verstoord tegen de tijd dat we aankwamen.

Om wakker te blijven, vermaakte ik me met het overtollige personeel in de winkels op het vliegveld. Voor een cosmeticashop stonden zeker twaalf dames op klanten te wachten. Zelfs nadat we aangaven alleen maar even rond te willen kijken, bleef één van de vrouwen ons op zo'n twee meter afstand volgen, waarbij ze aldoor vriendelijk glimlachte. Terwijl Miriam naar tubes dagcrème keek, reed ik consequent in de richting van onze achtervolgster. Die moest daardoor steeds verontschuldigend opzij stappen.

Toen we echt niet meer wisten hoe we de tijd moesten doden, probeerde Miriam wat uit te rusten op een bankje bij de gate en kocht ik zes rollen 'Mentos' en een verse jus van onze laatste dollars.

[Zie ook: Dossier Nieuw-Zeeland]