De weblog met de positieve vibes!

27.12.11

Een moment om nooit te vergeten

Ik kan niet zeggen dat het een droom was die eindelijk werkelijkheid werd. Het hele idee was nooit eerder bij me opgekomen zelfs. En had ik geweten hoe geweldig het is, dan gok ik dat het sneller tot slapeloosheid had geleid dan tot door slaap gestimuleerde vergezichten. Maar gisteren gebeurde het dan toch, in een onbewaakt ogenblik. Voor het eerst in mijn leven staarde ik recht in de anus van een orang-oetan.

We zijn op Sumatra. Indonesië dus. En in Bukit Lawang zijn er orang-oetans in overvloed. Een stuk of zesduizend zwerven er door de bossen die het plaatsje omzomen. Het kost dan ook niet al te veel moeite om er een aantal tegen het lijf te lopen. Een stuk of tien zagen we er gisteren in het wild. En één kwam precies boven mijn hoofd langs een liaan naar beneden. Vrij zicht had ik dus op het eerder gememoreerde lichaamsdeel.

Hoewel ik op zich niet specifiek 'anus-minded' ben, maakte zich een euforisch gevoel van mij meester. Het was een groots moment. Een moment om nooit te vergeten. Een beetje harig, dat wel. Roodharig om precies te zijn...

8.12.11

Als ik op dat moment niet was gebeld

2011. Het jaar begon voor mij op de kop af 365 dagen geleden. We waren in een kledingzaak in New York met een iets alternatief assortiment. Terwijl ik me afvroeg of Miriam wel de juiste doelgroep vormde, was ik tegelijk vooral blij dat we ons binnen bevonden en niet buiten. New York in de winter was een slecht idee gebleken. Hoewel pas enkele dagen later echt hel en verdoemenis zou losbreken met bergen sneeuw van ongekende proporties, was het koud. Bitterkoud.

Ik had mijn gebruikelijke pose aangenomen voor bezoekjes aan kledingwinkels die een zitje voor mannen ontberen – iets dat wat mij betreft overigens een 'must have' is – en hing dan ook semi-casual tegen een rek geleund, terwijl Miriam door het daarin gerangschikte aanbod snelde. Er naderde een verkoopster. Ze leek op zangeres Mieke van De Gigantjes bedacht ik, terwijl ik haar suikerspinkapsel bestudeerde. De vrouw knoopte een praatje aan. Ze kende Europa. Was ooit eens in Duitsland geweest.

Al snel raakte ik verwikkeld in een geanimeerd gesprek. Het is vreemd om terug te denken aan dat specifieke moment. Ik weet nu dat seconden later mijn telefoon zou gaan en het leven een onvermoede wending zou nemen, maar op dat moment voelde ik misschien wel voor het eerst sinds ons vertrek uit Nederland – twee dagen eerder – een gevoel van ontspanning. Iets van vakantie. Lekker om weg te zijn. We waren voor drie maanden vertrokken en de stress van de afgelopen weken was nog alom tegenwoordig.

Als ik op dat moment niet was gebeld, was 2011 het jaar geweest waarin we een geweldige reis maakten door Midden-Amerika. Het jaar waarin we verliefd werden op Nicaragua, waarin we nota bene na vijftien jaar besloten te trouwen, waarin het zakelijk voor de wind ging en waarin oma weliswaar overleed, maar na een lang leven, dat behalve een aantal extreme dieptepunten, toch vooral ook een hoop gelukkige momenten had gekend. Als ik op dat moment niet was gebeld.

Maar mijn telefoon ging wel. En een dag later waren we terug in Nederland om de begrafenis van mijn moeder voor te bereiden. Dat het alweer een jaar geleden is, dat verbaast me. Hoe snel een jaar gaat. Hoe snel je went ook aan een nieuwe realiteit. Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan mijn moeder denk en minstens eens per week mis ik haar tot in het diepst van mijn wezen, maar het went wel. En 2011 was ondanks alles een goed jaar. Een jaar waarin alle emoties ruimschoots waren vertegenwoordigd.

Dat is leven.

Ik heb geleefd. Weer een jaar.

28.10.11

Een woest tollende homp vlees

"Wel godverdomme! Mongool! Ja, dat ben je! Je bent een kankermongool en je moet uit je doppen kijken! Uit je doppen! Je ziet me toch?" De oververhitte man maaide met zijn armen wild in het rond. Zijn buik, die een behoorlijke omvang had, zwiepte er als in slow motion net een fractie achteraan. Hij was daarmee feitelijk een woest tollende homp vlees, die al briesend en schuimend een scheldkanonnade afstak tegen een Amsterdamse taxi die achter het centraal station zojuist bijna over zijn tenen was gereden. "Kankermongool," schreeuwde hij nogmaals.

Op dat moment draaide de chauffeur van de bewuste taxi zijn raampje naar beneden, stak zijn hoofd naar buiten en riep de woesteling met een vet hoofdstedelijk accent en een metersbrede glimlach toe: "Hé, Sjaak! Jou heb ik lang niet gezien! Hoe is het met je?" De verwarring bij Sjaak duurde luttele seconden, terwijl zijn gezichtuitdrukking transformeerde van onweer naar ongemak. Uiteindelijk wist hij iets uit te brengen. "Kees," zei hij bedremmeld, terwijl hij probeerde ook een lachje te produceren. "Wat leuk om je te zien. Zit je nog steeds op de taxi, joh?"

12.10.11

'Al een aantal keer beetgenomen'

Paul is voor het eerst niet op de camping in Zuid-Frankrijk, zoals eerder gememoreerd, maar in Thailand. En alles is nieuw. Voor de meest voorkomende 'tourist traps' had ik hem gewaarschuwd, maar minstens één heb ik toch over het hoofd gezien. Vanuit Bangkok bereikte mij vanmiddag dan ook het volgende bericht:

"Al een aantal keer beetgenomen. Stonden met de tuk-tuk ineens voor een winkeltje?! Weten dus niet meer wie we kunnen vertrouwen."

Heerlijk herkenbaar voor iedereen die er wel eens is geweest: 'You want shopping?' Overigens luidde mijn belangrijkste advies vooraf: neem één keer een tuk-tuk voor de leuk en ga daarna voor taxi's met een werkende meter. Al met al ben ik overigens best jaloers. Ik zou Bangkok maar wat graag nog een keer voor het eerst beleven. Zelfs vanuit een tuk-tuk met roekeloze, onbetrouwbare chauffeur...

8.10.11

Een absoluut historisch moment

"Nog even een laatste vraag…" Paul aan de telefoon. "Ik heb gehoord dat je in Bangkok bij aankomst iets met contant geld moet betalen? Een visum of zo?" Ik antwoordde dat hij waarschijnlijk in de war was met de vertrekprocedure. Dan moet je op het vliegveld van Bangkok inderdaad contant de 'airport tax' afrekenen. "Wanneer vertrekken jullie?" vroeg ik. "Over een uur," reageerde Paul. "Realiseer je jezelf dat dit een absoluut historisch moment is?" informeerde ik retorisch. Paul beaamde desondanks.

Al honderd jaar gaan de vakanties van Paul naar hetzelfde huisje op dezelfde camping in Zuid-Frankrijk. En al honderd jaar probeer ik hem te bewegen ook eens andere plekken op deze wereld een kans te geven; ik schreef er al eerder verhalen over. Paul zei dan steevast: "Ik heb toch Google Earth!" Het leek hem gewoon helemaal niets. Alles buiten Europa – met uitzondering van de Verenigde Staten – stond gelijk aan erg ingewikkeld, waarschijnlijk smerig, op zeker onwelriekend en vooral ook onverstaanbaar. Waarom zou je jezelf zoiets aandoen?

En nu zit hij dus samen met Christien op Schiphol, te wachten op een vlucht naar Bangkok. Een wonder is het en niets minder dan dat. Het is wel te hopen dat ze zwembandjes hebben ingepakt, want Thailand in het regenseizoen... Hmmm… Misschien had de timing net een tikje strakker gekund.

20.9.11

Toch even Grieks benauwd

Cruisen. Het staat haaks op de vakanties zoals we die normaal gewend zijn. Waar we doorgaans een vliegticket boeken naar een verre bestemming en dan maar zien wat er op ons pad komt, ligt nu niet alleen de route vast maar zijn ook alle tijden vooraf bepaald. De tijden van aankomst en van vertrek wel te verstaan. Op een dag als vandaag - we zijn op het Griekse eiland Santorini momenteel - is dat niet zo'n probleem. We meerden rond half acht vanochtend aan en dienen ons uiterlijk om half negen vanavond weer te melden. Die tijdspanne is ruim voldoende om foto's te maken van witte huisjes en kerkjes met blauwe koepels en - in het geval van Miriam - nog twee jurken en een tas aan te schaffen. Gisteren lag dat net even anders.

We arriveerden vroeg in de ochtend in Katakolon, zo'n veertig kilometer van Olympia en zouden uiterlijk om half twee weer het ruime sop kiezen. En omdat we ons natuurlijk niet laten verleiden tot georganiseerde excursies (omdat we een hekel hebben aan groepen, omdat ons tempo gewoon veel hoger ligt dan dat van de gemiddelde bejaarde en omdat we uit principe geen honderd dollar neertellen voor een busritje van een half uur en een sukkeldrafje achter een mevrouw die een bordje omhoog houdt met het cijfer negentien) besloten we de trein te nemen. De heenreis verliep soepeltjes, maar de terugreis bezorgde ons toch even wat angstige momenten. Twaalf uur zouden we weer vertrekken uit Olympia. Maar ja, dit is Griekenland!

Toen er om kwart over twaalf nog steeds geen trein te bekennen viel, kregen we het toch even Grieks benauwd. Tien voor half een. Vijf voor half een. Half een. In mijn hoofd ging ik onze opties na. Een taxi? In de verste verte niet te bekennen. Een local verleiden tot een ritje? De enige locals onder handbereik begonnen net aan hun vierde biertje. Vliegen naar Santorini in het allerergste geval? Miriam zocht voor de zekerheid vast het nummer op van de Port Authority in Katakolon. Niet dat het veel zou uitmaken, want kapitein John was de dag ervoor zeer duidelijk geweest: wie om half twee niet aan boord was, kon het bekijken. Juist op dat moment hoorden we in de verte het geboemel en getoeter dat ons als muziek in de oren klonk. Een zucht van verlichting en een klein kwartiertje speling was de eindscore.

Schattig treintje overigens waarin we zaten. Schattig personeel ook. Voor ik het wist zat ik bij de machinist en de conducteur op de bok, helemaal voorin. Want tja, dit is Griekenland! Daar kan dat gewoon. Peukie d'r bij, ook geen probleem ondanks een officieel rookverbod. Misschien is het echt geen slecht idee om hier weer de Drachme in te voeren. Want regeltjes en tijdschema's? Hmmm... Niet echt aan de Grieken besteed, zoveel is zeker.

17.9.11

'Please refrain from hand shaking'

Eergisteren vertrokken we uit Rome en vandaag zijn we in Dubrovnik gearriveerd. Onze eerste dagen op zee zitten er dus op en het moet gezegd: de m/s Noordam is een prachtig schip. Het interieur ademt de sfeer van maritieme weelde. Een beetje in Titanic-stijl. Veel hoogpolig tapijt, rustieke kleuren, koper en kroonluchters. De dekken zijn van prachtig teak. Je wordt er bovendien in de watten gelegd. Er is dan ook bijna net zoveel bemanning als er passagiers aan boord zijn. De voedselvoorziening is van een bijzonder hoog niveau en dineren geschiedt op stand. Geen buffetten, maar restaurants met bediening. Strikte kledingvoorschriften gelden er bovendien. We treden dan ook aan in respectivelijk kostuums met stropdas en stijlvolle jurken.

De gemiddelde leeftijd? Tja, die is wel wat aan de hoge kant. Je kunt eigenlijk rustig stellen dat we tijdelijk in een drijvend bejaardenhuis verblijven. Alleraardigste oudjes overigens. Gegoede burgerij bovendien. Maar we vallen al met al wel op door ons gebrek aan rimpels en onze soepele tred. Niet dat onze bejaarde medepassagiers zich overigens alleen in een rolstoel voortbewegen. Allerminst! Op dek drie wordt zelfs stevig gewandeld. Dat begint in alle vroegte, kent een piek tegen het middaguur en komt rond drie uur dan weer goed op gang. Hele hordes oudjes proberen er - in sportkledij - steunend en transpirerend de pas in te houden.

Wellicht heeft het te maken met de gemiddelde leeftijd, die dus wat aan de hoge kant is, maar er heerst bij Holland America Line een enorme angst voor bacterien. Om de paar meter tref je een standaard met desinfecterende gel voor de handen. Daarvan wordt gretig gebruik gemaakt. Dat de angst wel wat doorslaat af en toe, moge blijken uit het volgende: wij ontvingen gisteren een verzegelde enveloppe met de uitnodiging om vanavond cocktails te drinken met kapitein John Scott. Onderaan de persoonlijke en schijnbaar felbegeerde uitnodiging staat de volgende zinsnede: "As a general precaution, please refrain from hand shaking at this event in an effort to avoid transmission of common person to person germs."

We hebben bedacht dat we kapitein John ter compensatie dan maar een goede lik in zijn nek geven...

21.7.11

'Where’s the Bengo Museum?'

Het kwam met bakken uit de hemel. Desondanks had ik de fiets gepakt. Niet alleen hou ik gewoon heel erg van fietsen, trams hebben bovenal de neiging om nogal klam aan te voelen tijdens een hoosbui. Dus daar stond ik, in de stromende regen, netjes te wachten voor het stoplicht recht tegenover het Amsterdamse Rijksmuseum. Een stoplicht dat aftelt tot groen. Nog 39 seconden, zag ik.

Ik was niet alleen. Naast mij stond een jonge vrouw met haar fiets en een enorme paraplu, die ze slechts met moeite in bedwang wist te houden. Behalve dat het stortregende, trok er ook een halve orkaan over de stad zo leek het. De wind geselde het regenscherm dat mijn buurvrouw meetorste. Ze hing over haar stuur en had aan één hand nauwelijks genoeg om weerstand te bieden. Nog 37 seconden.

Het geluid van al dat natuurgeweld was oorverdovend. Daar kwam nog het geraas van de auto’s bij, die voorbij raceten en van hun banden vooral die door diepe plassen ploegden. Het zicht was inmiddels ook minimaal. Daardoor had ik de man die opeens naast ons stond te roepen, niet eerder gezien. Hij had het op de vrouw met de paraplu voorzien. "Ma'am!" schreeuwde hij. Ze reageerde niet. "Ma'am!" Nog 31 seconden.

Een toerist, begreep ik. Altijd gezellig. Een Amerikaan bovendien, zo te horen. Hij was van middelbare leeftijd en zag er iets onverzorgd uit. Keurig postuur – zeker voor een inwoner van de Verenigde Staten –, maar groezelig. Ongeschoren. Hij had iets viezigs. Ik bedacht dat de man waarschijnlijk ook onaangenaam rook en was op slag blij met de regen, die dat verbloemde. "Ma'am, excuse me!" probeerde hij nog eens. Nog 28 seconden.

De vrouw had inmiddels door dat het geschreeuw dat via haar rechteroor doordrong, voor haar was bedoeld. Ze bewoog de enorme paraplu, die haar blikveld minimaliseerde, iets naar links en staarde met glazige ogen naar de Amerikaan. Bij hem zag ik vooral opluchting. Eindelijk had hij contact. De man deed nog een flinke stap naar voren, waardoor hij zich inmiddels ruimschoots in haar 'comfort zone' bevond. Het volume van zijn stem werd er niet minder op. Nog 25 seconden.

"Where's the Bengo Museum?" tetterde hij in het oor van de vrouw met de paraplu. Ze keek hem niet begrijpend aan. "The Bengo Museum," herhaalde de toerist zo mogelijk nog harder. Ze schudde langzaam haar hoofd en informeerde iets ongemakkelijk: "De wat mjoesiejoem?" Hij dreigde op slag zijn geduld te verliezen. Deze toerist leek me sowieso van het licht ontvlambare type. Hij zoog een verse teug lucht naar binnen en gilde zo luid hij kon: "THE BENGO MUSEUM, MA'AM!" Nog 20 seconden.

Ook de vrouw dreigde nu uit haar rol te vallen. Ik voelde met haar mee. Amerikanen lijken wel vaker de neiging te hebben om alleen maar harder te spreken, wanneer ze niet worden verstaan. Harder, niet noodzakelijkerwijs duidelijker. Tegelijk vroeg ik me – net als de vrouw naast me, schijnbaar – af waarnaar hij nou precies op zoek was. "Wat is de Bengo mjoesiejoem?" probeerde ze nog. Er kwam letterlijk stoom uit de neusgaten van de toerist. Nog 15 seconden.

Ik zag hoe de spieren in het lichaam van de man samentrokken uit pure ergernis. Hij balde zijn vuisten, terwijl het regenwater over zijn verzopen hoofd naar beneden gutste. "What the hell is this?" schreeuwde hij geïrriteerd in het oor van de vrouw. "How come you don't know Bengo? He's your guy, right? You know, Bengo? The painter? The bloody potato-artist? With the sunflowers and all? Come on, you gotta be kidding me! Now tell me: where’s the bloody fucking Bengo Museum?" Nog 10 seconden.

Ze schudde haar hoofd. Het kwartje wilde niet vallen. Zelf voelde ik me niet geroepen om te hulp te schieten. "Aai doont noo wat joe mien," zei de vrouw met een hautaine ondertoon. "Aaim sorry!" Het laatste klonk niet bepaald oprecht. Vervolgens wendde ze haar hoofd af, ten teken dat het onderhoud met de toerist wat haar betreft voorbij was. Hij trok zich daar echter niets van aan, zette nog een halve pas naar voren en voegde haar toe: "You piece of shit!" Nog 5 seconden.

De Amerikaan draaide zich om en liep stampvoetend weg in de richting van de PC, onderwijl nog altijd vloekend en tierend. De vrouw met de paraplu staarde hem verbouwereerd na. De traan die vanuit haar linkeroog naar beneden liep, had net zo goed een regendruppel kunnen zijn. Groen.

6.7.11

Op jacht naar koolwitjes

De benedenbuurman in Amsterdam heeft vorig jaar in zijn minituintje voor de deur een vlinderstruik neergezet. Inmiddels staat die volop in bloei en is de lucht in de wijde omgeving zwanger van de honingachtige geur die zo kenmerkend is voor deze plant. Een geur die me mee terugvoert naar mijn vroege jeugd. Ik zie ons rennend in de steeg achter het huis aan de Lindendreef. Met schepnetjes, op jacht naar koolwitjes. Dezelfde schepnetjes die we in de lente gebruikten om kikkervisjes mee te vangen.

Ik val. Kusje van mijn moeder op mijn knie en het is weer goed...

30.6.11

Idioot besluit over playlist Radio 2

Ik vind mijzelf bepaald niet activistisch en ik loop al helemaal niet te koop met mijn politieke voorkeuren. Dat vind ik ook niet kies, gezien de publieke rol die ik in veel gevallen speel. Als voice-over van een nieuwsprogramma, maar zeker ook als radiomaker behoor je in mijn visie een neutraal profiel te hebben als het gaat over links, rechts of recht door zee. Juist daarom wil ik nu wel van me laten horen.

De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen waarmee Radio 2 wordt gedwongen om minimaal 35 procent Nederlands product te draaien. Ik vind het ronduit schandalig dat de politiek meent zich met de inhoudelijkheid van de publieke omroep te kunnen bemoeien. Los van het feit dat het managen van een radiozender een vak is, is het eng als politieke partijen directe macht uitoefenen op het eindproduct van media. Publiek of niet.

Tot nu toe beperkte het commentaar zich tot algemene termen als 'linkse kerk', wanneer in Den Haag het ongenoegen werd geuit over de aanpak in Hilversum. Dat mag. Ook de baas van de NPO zelf, Henk Hagoort, liet zich in het verleden vergelijkbaar uit. Hij kwalificeerde de toenmalige actualiteitenrubrieken als 'drie keer De Volkskrant'. Je kunt in dat soort termen met elkaar sparren. Daar is helemaal niets mis mee. Een heel ander verhaal wordt het als de politiek gaat ingrijpen.

Het lijkt in dit geval misschien onschuldig. Iets meer Nederlandse muziek draaien, hoe erg is dat? Maar wat is de volgende stap? Instemmen met deze bemoeienis, betekent instemmen met een glijdende schaal. Bepaalt Den Haag straks de uiterste houdbaarheidsdatum van Sacha de Boer? Moet Een Vandaag voor uitzending het draaiboek overleggen? Kan de coalitie ingrijpen als er bij Nieuwsuur onwelgevallig dreigt te worden bericht over een bewindspersoon?

We kijken allemaal met lede ogen naar Italië, waar Silvio Berlusconi er in is geslaagd om zowel de publieke als de commerciële omroepen volledig naar zijn hand te zetten. We hebben allerlei uitgesproken meningen over landen waar een gebrek is aan persvrijheid. We gaan naar Afghanistan om daar democratie te brengen. Dat valt mijns inziens allemaal niet te rijmen met een idioot en in potentie zelfs gevaarlijk besluit over de playlist van Radio 2.

De media is een zelfregulerende bedrijfstak en moet dat blijven. Radio 2 was bij de laatste meting van de luistercijfers bovendien de derde zender van Nederland met een marktaandeel van 9,6 procent en hoeft alleen 3FM en Radio 538 voor zich te dulden. Daaraan mag je op z’n minst de conclusie verbinden dat de luisteraars van Radio 2 erg tevreden zijn. Het station floreert en er is dus ook vanuit dat perspectief geen enkele reden voor politieke actie.

Tenslotte benadeelt Den Haag met de aanname van de motie vandaag het in Nederlands product gespecialiseerde radiostation 100%NL. Een station dat nota bene is ontstaan doordat de politiek het destijds al niet kon laten met zogenoemde geclausuleerde FM-kavels enige invloed uit te oefenen op hetgeen er in de ether te horen is. Feitelijk worden publieke kavels vanaf vandaag dus ook geclausuleerd en dat is oneerlijk. Je kunt niet tijdens de wedstrijd de spelregels veranderen.

De laatste jaren heb ik als stem van Hart van Nederland en Shownieuws, als radiomaker bij Decibel en als nieuwslezer bij het ANP voor commerciële media gewerkt. Maar mijn carrière begon ooit als presentator bij de publieke NCRV. Ook toen al nam ik de instandhouding van mijn neutrale profiel bijzonder serieus. Met terugwerkende kracht verlang ik alleen al op grond daarvan dat Den Haag zich bij wijze van tegenprestatie niet mengt in de afwegingen die Hilversum maakt.

In een volwassen democratie houdt de politiek zich verre van inhoudelijke bemoeienis met de media. Als we toestaan dat dit principe wordt losgelaten, is het einde zoek.

13.6.11

Gewoon met de billen bloot

"Is het een cadeautje?" informeerde de jongen op het toontje van iemand die de vraag al honderdduizend keer had gesteld. Ik twijfelde. Een snelle blik over mijn schouder leerde dat ik de enige was bij de kassa. Ik hoefde me niet bezwaard te voelen omdat ik andere mensen ophield. Waarom zou het geen cadeautje zijn? Ik kon het verpakkingsmateriaal thuis bij het oud papier voegen, vanuit milieuperspectief een goede 'second best'. De jongen zou bovendien de mogelijkheid hebben om zijn inpakvaardigheden te etaleren en zelf zou ik er op staan als iemand die de creativiteit bevordert van één of meerdere kinderen in zijn directe omgeving. Ik mijmerde over de vraag of het dan een verjaardagspresentje zou zijn. De beloning voor het behalen van een veterstrikdiploma misschien? Hoe oud moest je eigenlijk zijn om dit leuk te vinden? Vanuit mijn ooghoek loerde ik naar het kleinood dat op de counter voor me lag, in de hoop dat er een leeftijdsindicatie op het etiket zou staan. Helaas.

De vraag hing nog altijd tussen ons in. Wat het nou een cadeautje of niet? De jongen keek me verwachtingsvol aan, terwijl iets van opkomend ongeduld in de uitdrukking op zijn gezicht begin door te werken. Ik schraapte mijn keel en besloot tegelijk niet kinderachtig te willen zijn. Gewoon met de billen bloot, niets om je voor te schamen, hield ik mezelf in gedachten voor. Dus haalde ik nog eens diep adem, om vervolgens te bekennen: "Nee hoor, ik ga er zelf mee aan de slag." De jongen grinnikte. Even vroeg ik me af wat voor lachje het precies was. Bevreemding? Medelijden? Hij boog zijn hoofd iets in mijn richting en reageerde: "Ik doe het ook hoor!" Ah, het was een lachje van herkenning dus. "Heerlijk rustgevend," voegde hij toe. Of ik wel een plastic zakje wilde? "Doe maar," zei ik, want misschien was niet iedereen zo ruimdenkend als deze jongeling en ik moest tenslotte toch weer de straat op. We rekenden af en ik bedankte hem hartelijk, terwijl ik het felgele tasje in ontvangst nam.

Een felgeel tasje van Intertoys. Met daarin een doos waterverf. Terwijl ik de winkel verliet, keek ik nog even schichtig om me heen.

30.5.11

Het verzamelde werk van wat filosofen

Hij was gekleed in tweedelig grijs en ging dan ook goed op in zijn omgeving, die bestond uit een wat troosteloos industrieterrein nieuwe stijl. Geen zware machinerie, geen tweedehands autohandel bovendien, maar bedrijven met een vage technische associatie, gevestigd in vrijstaande betonnen dozen.

De man droeg een overhemd waarin een subtiel rood streepje was verwerkt. Dat moest ik hem dan wel nageven. Het ging hem verder goed, te oordelen naar de welstandszwemband die over zijn pantalon bulkte. In gedachten zag ik hem in een Audi. Lekker degelijk. De Volvo van de eenentwintigste eeuw, nietwaar?

Hij zou wel salesmanager zijn, gokte ik. Misschien zelfs directeur. Op zijn bureau wat kiekjes van de kinderen. Vermoedelijk ook een opzichtige presse-papier. En een boek met het verzamelde werk van wat aansprekende filosofen. Of iets met Boedha, zou ook kunnen. Ongelezen uiteraard, maar prima voor de uitstraling.

Hij stond aan de achterkant van het bedrijfspand, dat grensde aan een watertje. Iets dat het midden hield tussen een sloot en een gracht. De man genoot van de zon, zoveel was zeker. Een reflectiemomentje rond lunchtijd, bedacht ik. Even weg van het voetvolk, met een paar minuten helemaal voor jezelf.

Het allermooist was dat hij daarbij de eendjes voerde. Tsja, daar kan natuurlijk ook geen Socrates of Seneca tegenop…

24.5.11

Moeite om zijn achterwerk in bedwang te houden

In Schiedam kijk ik door de ramen voor het Frans balkon recht op een skatebaantje. En daar is altijd reuring. Meestal van jongetjes. Met petjes. Ze komen in groepjes. Vandaag zijn ze met zes. Twee op een board, twee op een fiets, één op skeelers en één die er gewoon maar wat bij hangt. De laatste is een net iets te dikke jongen. Ik neem gemakshalve maar aan dat hij aanwezig is om mee te liften op het imago van zijn sportieve vrienden. Hij heeft hoogblond, stekelig haar en draagt een knalgeel t-shirt. Bij het lopen heeft hij moeite om zijn achterwerk in bedwang te houden. Het is dan ook nogal fors.

Even heb ik met hem te doen. Het is zo'n jongen die we allemaal wel kennen. Van vroeger. Van school.

Dan komen twee meisjes aangelopen. Volledig gestyled. Haar gedaan. Lippen gestift. Korte rokjes. Katalysator voor het verzamelde testosteron dat de jongemannen op het skatebaantje ongetwijfeld in een voortdurende wurggreep houdt. De consternatie is in ieder geval groot wanneer het vrouwelijk schoon wordt opgemerkt. De skaters vallen spontaan van de 'ramp', de jongens op crossfietsen rijden frontaal op elkaar in en het mannetje op skeelers gaat recht voorover. Op z’n knieën. Op het asfalt. Hij draagt geen beschermers, zie ik. Wel een korte broek.

Vijf verbouwereerde gezichten. Vanuit hun benarde positie zien de slachtoffers hoe het tweetal plaatsneemt aan weerszijden van de iets te dikke jongen in het geel. De meisjes slaan een arm om hem heen. Hij grijnst zijn tanden bloot. Het tafereel ademt iets van gerechtigheid.

Het bloed aan de knieën van het mannetje op skeelers schittert in de avondzon.

23.5.11

'Geef de bloemen maar water'

We gaven samen de plantjes water in de tuin. Hoewel, eigenlijk deed hij het zware werk en gaf ik alleen wat aanwijzingen. En ik zorgde dat zijn gieter tijdig werd bijgevuld. Het was vlak nadat ik hem had geprobeerd te motiveren voor een partijtje voetbal. Hij wilde daar echter niets van weten, negeerde mij en de bal volkomen en richtte zijn aandacht op het afgesloten tuinhek. Van de klink in de deur ging een schijnbaar onweerstaanbare aantrekkingskracht uit. Staand op zijn tenen kon hij er net bij. Maar hoe hard hij er ook aan sjorde, het hek bleef dicht.

Het was mijn gehannes met de tuinslang dat hem uiteindelijk deed besluiten zijn ontsnappingspoging te staken. Met een provocerende glimlach op het gezicht kwam hij aangewaggeld. Een kort moment nam hij het tafereel in zich op, om vervolgens een minuscule gieter te voorschijn te toveren. Ik wees naar de struik met passiebloemen, die – hoewel nog klein – al vol in bloei stond. "Geef de bloemen maar water," spoorde ik hem aan. Hij nam het letterlijk, en goot het vocht uit over de felgele stampers. Even was ik jaloers op zijn ongecompliceerde wereldbeeld.

Een zondagmiddag met Bram. Hij wordt alweer twee.