De weblog met de positieve vibes!

2.2.10

Slobberbroek en ogen die vuur spuwden

Ik had wel eens van het fenomeen gehoord, maar nam de meldingen tot nu toe weinig serieus. Ik herinner me een item in een nieuwsuitzending ten tijde van de vorige actieperiode, maar achtte de beelden toen overduidelijk geënsceneerd. Een week of twee geleden kwam ik een berichtje tegen in Spits of Metro, maar de bijhorende foto was van zo dichtbij genomen, dat ik op z’n minst de omvang van het probleem in twijfel trok.

Afgelopen vrijdag werd ik echter met mijn neus op de feiten gedrukt. Het fenomeen bestond echt! Bij het binnengaan van de supermarkt had ik hem nog niet opgemerkt, maar toen ik ettelijke minuten later het pand verliet, stond hij pontificaal in mijn looprichting. Donker, warrig haar. Licht kalend was hij ook. Hij droeg een ruitjesbroek, ik weet nog dat me dat als eerste opviel. Een slobberbroek was het, zoals ook zijn jas – zo’n boswachterachtig model – veel te los om zijn bovenlichaam hing. Daar stond ‘ie, met licht gebogen knieën, schouders ongemakkelijk ver naar voren en tegelijk zodanig opgetrokken dat ze tot oorhoogte kwamen. Toen ik beter keek, viel het me op dat hij zijn hoofd sowieso op een rare manier op zijn nek droeg. Een beetje zoals een schildpad.

Hij had een metalen doosje bij zich. Ik vermoedde dat er ooit koekjes in hadden gezeten. Of luxe bonbons. Thee zou zelfs kunnen. De herkomst was moeilijk te achterhalen, omdat de zijkanten volledig waren beplakt. Grote witte stickers, beschreven in een blokkerig, kinderlijk handschrift. Met uithalen. Iets ongecoördineerd, zoals hij zich ook leek voort te bewegen.

“Menemenevjupjupjus?” vroeg hij met een iets verveelde ondertoon. Of misschien is verveeld niet eens het juiste woord. Routine was het meer. Het was duidelijk dat ik niet de eerste was aan wie hij de vraag stelde. Maar hij had mijn aandacht, zoveel was zeker. “Hoe zegt u?” vroeg ik op mijn beurt, onderwijl de figuur tegenover mij schattend. Ik probeerde zijn leeftijd te raden. Ouder dan twintig, dacht ik. “Menemenevjupjupjus?" vroeg hij nogmaals. Ik merkte dat ik mijn hoofd iets schuin hield om hem beter te kunnen verstaan, terwijl ik zelfs een moment twijfelde of de kortsluiting wellicht in mijn eigen hoofd zat. “Menene-wat? Sorry, ik kan je niet volgen,” verontschuldigde ik mezelf. Hij leek getergd en riep: “Vjupjupjus!” Het klonk als: domme randdebiel, je hoort me toch? “Vjupvjup-hoe?” vroeg ik. “Serieus, ligt dit aan mij?”

Zijn ogen spuwden inmiddels vuur. Ik concludeerde eruit dat het inderdaad aan mij lag. Vervolgens richtte hij zijn blik naar beneden, naar het metalen doosje dat hij nog altijd vasthield. Met zijn rechter wijsvinger tikte hij vier keer nadrukkelijk op het deksel. Tik, tik, tik, tik. “Vjupjupjus,” zei hij nogmaals. Pas toen zag ik wat er op de witte stickers was geschreven, waarmee het doosje was beplakt. Voetbalplaatjes! Het stond er zelfs in hoofdletters.

Ik haalde opgelucht adem en keek de slobberfiguur tegenover me aan met dito blik. Zijn eigen gezicht stond nog steeds op onweer. “Sorry,” zei ik, “maar ik heb geen vjupjupjus!” Hij ontdooide op slag en knikte begrijpend. Ik wilde al aanstalten maken om mijn weg te vervolgen, toen hij me tegenhield. “Vjezekewemeneme?” vroeg hij hoopvol.

“Wie weet,” zei ik. “Wie weet… Zou zomaar kunnen!”

Hij lachte.

27.1.10

Low budget, maar highly amusing

Soms is mijn werk bijna te leuk! Zo dat al mogelijk is natuurlijk. Eind december bedacht ik met Jolanda en Connie van Ahoy Rotterdam de website Sterkevisverhalen.nl. Het idee ontstond tijdens een brainstorm over de communicatie voor Visma, de grootste hengelsportbeurs van Europa. Het lag er opeens. En het was te aardig om te laten. Amper een maand verder is de website online. Powered by Visma, maar primair voor de sportvisfanaat.

Hoe geweldig is het al niet om een rare oprisping te hebben in combinatie met een klant die er vervolgens ook echt mee aan de slag wil? Als je dan ook nog alle ruimte krijgt om naar eigen inzicht een teasende video te maken, die na de eerste oplevering bovendien zonder enige revisie wordt omarmd, dan is het leven best zonnig!

Een low budget productie, maar highly amusing. Om te maken althans. Zelf gedraaid op m’n al lang afgeschreven FX1E, met in de hoofdrollen mijn goede vrienden Floris en Bas van weleer. Van vroeger. Van toen we Vlaardingen als jonge jongens onveilig maakten en blowtjes rookten op het plein van basisschool De Hoeksteen - na sluitingstijd, dat wel. Zaterdag waren we weer even zestien, de kou trotserend langs de Vlaardingse Vaart.

Normaal gesproken geen links op deze log. Dit is de uitzondering; omdat ik er zelf zoveel lol aan heb beleefd.

14.1.10

"Zo zijn de procedures, meneer!"

"Goedenavond, u spreekt met DHL."
"Goedenavond, u spreekt met Sander Versluys."
"Waarmee kan ik u van dienst zijn?"
"Ik vond zojuist een briefje in mijn brievenbus met de mededeling dat vandaag voor de tweede maal is gepoogd om een zending aan te bieden."
"Wat is het nummer van de vrachtbrief, meneer?"
"4362053***."
"Ja, klopt! Vanmiddag om kwart voor één is de zending bij u aangeboden, maar er werd niemand aangetroffen. Gisteren was dat om tien voor twaalf. Zelfde verhaal."
"Juist, daar bel ik over. Toen ik gisteren namelijk het eerste briefje vond en las dat u vandaag terug zou komen, heb ik meteen gebeld om te melden dat ik er ook dan niet zou zijn. Ik heb een collega van u gesproken, maar die zei dat het tweede bezoekje standaard is. Daar kan DHL schijnbaar niets aan veranderen."
"Dat klopt, meneer. Dat is een standaard procedure. Daar kunnen wij echt niets aan veranderen."
"En op zich vind ik dat ook prima, hoor! Het lijkt me wat omslachtig, dat wel. Dat een medewerker op donderdagochtend een enorm pakket in een vrachtwagen gaat laden, dan naar een adres rijdt en aanbelt bij iemand die al heeft aangekondigd er toch niet te zullen zijn, om vervolgens uitgebreid een briefje te gaan schrijven en iemand op het callcenter paraat te houden voor een tweede telefoontje van de beoogd ontvanger. Het lijkt me omslachtig en kostbaar, maar daar gaat het nu niet om. Waar het wel om gaat is dat op het tweede briefje staat dat ik nu vijf dagen de tijd heb om het pakket zelf op te halen. En daar heb ik weinig trek in."
"Wat is daarvoor de reden, meneer?"
"Sowieso dat het pakket veel te groot is om achter op de fiets te binden, maar vooral dat u bij mij langskomt op een moment dat ik heb aangekondigd er niet te zullen zijn. Ik vind het vanuit die optiek niet redelijk dat u mij nu met het probleem opzadelt."
"Tsja… Zo zijn de procedures, meneer."
"Dan maak ik bij deze bezwaar tegen die procedures en vraag ik u met klem om een oplossing te bedenken."
"Tsja… Da’s een lastige. Ik vrees dat ik u niet kan helpen, meneer. Het is ook nog een goedkope zending."
"Hoe bedoelt u?"
"Het is een goedkope zending in de zin dat ‘ ie weinig kost. En de consequentie daarvan is dat we dan geen derde keer langskomen."
"Ik ben toch niet zelf de verzender? Hoe kunt u dat op mij afwimpelen?"
"Huh?"
"Ik heb toch niet zelf voor dat goedkope tarief gekozen? Ik heb toch geen pakje aan mezelf gestuurd? U moet bij de leverancier zijn, uw klant!"
"Tsja… Moeilijk! Uh… Tsja… De procedure is nu eenmaal zoals ‘ie is."
"Bespottelijk, dat vind ik het."
"Ik vrees dat ik verder niets voor u kan betekenen."
"Dan wil ik een klacht indienen!"
"Ok… Eh… Natuurlijk. Heeft u een ogenblikje?"

**Mecano zingt zes minuten Hijo de La Luna**

"Ja, daar ben ik weer! Bedankt voor het wachten. Ik moest even het systeem inschakelen. U wilde een klacht indienen?"
"Zeker."
"Wilt u daarover worden teruggebeld?"
"Nee, op zich hoef ik niet te worden teruggebeld. Ik wil dat het primaire proces bij DHL wordt aangepast!"
"Hoe zegt u?"
"Het primaire proces. Dat wil ik graag anders."
"Eh… Tsja… Het primaire proces? Even kijken hoor…"
"Kijkt u even."
"Oei! Eh… Dat is een lastige! Die optie staat niet in het systeem, meneer! Ik kan u eventueel wel terug laten bellen…"

24.10.09

Als aan de grond genageld

"Wat doe je nou, man?" Ik keek de jongen oprecht verbaasd aan. Een wat dikkige jongen was het van een jaar of acht. Hij had een gouden ketting om en droeg een horloge van ongekend formaat. Het ding fonkelde in het neonlicht. Nonchalant hing het mannetje over de winkelwagen die hij meetorste. Verveeld keek hij naar me op. "Dat kan je toch niet maken?" vervolgde ik mijn relaas met een ongelovige ondertoon, die aan duidelijkheid weinig te wensen overliet.

Maar de jongen leek niets te begrijpen van mijn afgrijzen. Wel zag ik iets van angst in zijn blik toen ik vervolgens een halfdreigende stap in zijn richting zette, maar dat had meer te maken met het feit dat ik - hoewel bepaald niet lang - nog altijd ruimschoots boven hem uittorende. Behoedzaam bewoog hij zich dan ook van mij af. De beweging, in de richting van een vrouw die het tafereel op zo'n twee meter afstand nieuwsgierig gadesloeg, was nagenoeg synchroon met de mijne.

Even hadden we oogcontact, de vrouw en ik. Het was me direct duidelijk dat het zijn moeder betrof. Ze lachte naar me. Het was geen geamuseerde lach, maar de lach van iemand die zich geen houding wist te geven. Ze stond zelfs als aan de grond genageld, terwijl ze ongemakkelijk grijnsde van oor tot oor. Onderwijl schoof zoonlief nog altijd langzaam in haar richting. Ter hoogte van het schap met poedersuiker en bakbenodigdheden was hij inmiddels.

Ik schudde mijn hoofd en keek de jongen nog één keer indringend aan. Vervolgens wendde ik mijn blik af om mijn eigen weg te vervolgen, waarbij ik helaas niet kon voorkomen dat mijn aandacht nog heel even werd getrokken door de fluim die hij net daarvoor nonchalant had uitgespogen, hangend over zijn winkelwagentje in de plaatselijke Albert Heijn. De snotterige, witgroene rochel droop tergend traag richting grond langs de buitenkant van een pak Pickwick rooibosthee.

17.10.09

'Die gast is echt zielig'

Ze stonden gebroederlijk vakken te vullen in de verfsectie van Praxis aan de Haarlemmerweg te Amsterdam, alwaar ik op zoek was naar een blik krasvaste, transparante meubellak.

"Heb je die nieuwe gast van beveiliging gezien?" vroeg de één aan de ander.
"Ja man, wat is dat voor figuur dan?" reageerde de ander naar de één.
"En praatjes."
"Precies! Zo van: 'Ik was toen en toen met m'n vriendin op vakantie en toen liep ik op Schiphol gewoon door de security met twee grote potten gel in m'n handbagage!' Ik zweer het je, die gast is echt zielig."
"Die vorige was veel cooler."
"Ja man!"
"Ik zeg het je toch? Deze heeft alleen maar praatjes."
"Het is nog een focking kabouter ook! Pfffft, ik blaas 'm zo omver."
"Kijken of 'ie dan nog steeds zo bijdehand doet..."

9.10.09

'Waar wil je dat ik bij help?'

Ter introductie meld ik voor de goede orde en vooral voor mensen die dat nog niet wisten, dat ik sinds enkele maanden ongeveer de helft van de week in Amsterdam woon. Toen ik vanmiddag mijn hoofdstedelijke fiets thuis parkeerde, stapte een wat schichtige jongen op mij af. Hij zag er op zich verzorgd uit, maar zijn ogen hadden iets paniekerigs. Hij bleek bovendien ook flink te stotteren.

“Meneer, m-m-mag ik u wat v-v-vragen?” worstelde hij zich door zijn openingszin. Ik knikte hartelijk en voegde hem een welgemeend klinkend ‘natuurlijk’ toe, hoewel ik zeker wist waar dit gesprek naartoe zou gaan. Of ik een paar euro had ter oplossing van een ongetwijfeld zeer gecompliceerd probleem. Zo ging het immers altijd. Maar ik wilde hem niet direct afserveren, nieuwsgierig ook naar wat hij had bedacht.

“Ik b-b-ben mijn p-p-portemonnee kwijt en nou kan ik n-n-niet met de b-b-bus en de t-t-trein. En ik zit op het M-m-mercatorplein op school. M-m-maar ik moet naar U-u-utrecht, want mijn n-n-neef… En nu heb ik een p-p-probleem en ik weet echt niet hoe ik het moet o-o-oplossen. W-w-want mijn abonne… a-a-abonnem-m-ment zat ook in mijn p-p-portemonee. En die is w-w-weg!”

Hij ratelde nog op volle snelheid toen ik mijn hand opstak om de jongen tot stilte te manen. Het werkte. Zijn performance was niet al te sterk en ik vond het hoog tijd dat hij eens ‘to the point’ kwam. Dus vroeg ik hem, overtuigd als ik was dat zijn verhaal op een donatieverzoek zou uitdraaien, op de man af: “Waar wil je dat ik bij help?” Ik haalde vast adem om zijn verzoek af te wijzen, toen hij me compleet verraste:

“Ik w-w-wil geen g-g-geld of zo hoor! Maar k-k-kunt u me even n-n-naar Utrecht brengen?” Met zijn handen voor zich bootste hij een stuurbeweging na. De knuisten keurig op tien voor twee. Ik was even met stomheid geslagen, maar al snel vooral blij dat ik naar eer en geweten kon melden dat ik noch een auto, noch een rijbewijs bezat. “G-g-geeft n-n-niks hoor,” riep de jongen me nog toe. “G-g-geeft niks!”

25.9.09

Flanerende nouveau riche

Mijn vooroordelen ten aanzien van Capri waren onterecht! Ik neem bij deze mijn verlies. Voor de goede orde: ik was zelf degene die de knoop doorhakte om toch maar deze kant op te gaan. Vijf uur in een trein naar Foggia en nog eens vier uur in een bus, plus een vertrek om acht uur in de ochtend vanaf station Termini. Het klonk gewoon niet aanlokkelijk. Niet zo aanlokkelijk als de naam Capri tenminste.

Volgens Lonely Planet doet Capri-stad meer denken aan een filmset dan een dorpje. En hoewel die omschrijving echt wat overtrokken is, geef ik ruimschoots toe dat het stadje en het eiland ronduit prachtig zijn. Pittoresk vooral ook. Zorg alleen dat je rond het middaguur in de luwte verkeert, als de bootladingen Japanse en Duitse dagjesmensen deze rots in zee overspoelen. Dan is het net een tikje hectisch hier.

Los van de schattige witte huisjes, de meest autovrije straatjes - die sowieso te smal zijn voor voertuigen groter dan een golfkar - en de schitterende uitzichten over de baai van Napels, is Capri vooral ook fascinerend. Aan vier- en vijfsterrenhotels geen gebrek. En wanneer een gehucht met amper achtduizend inwoners twee vestigingen van Prada heeft, dan is er iets bijzonders aan de hand.

Prada, Gucci, Rolex, D&G. Je struikelt over de dure merken. Overal boetieks met onbetaalbaar designspul. Bijzonder is dat ze gebroederlijk zijn gelegen naast de plaatselijke slager, bakker en supermarkt, die precies zo ogen als je je voorstelt bij een Zuid-Europees stipje op de kaart. Uit de kluiten gewassen Italiaanse moekes die parmesan en verse tomaten inslaan voor het avondeten, tussen hordes rijke toeristen.

Het is een aparte gewaarwording. Vooral voor mijzelf overigens en niet zozeer voor de gemiddelde resident. Die weet al jaren niet beter. Het onvervalste dorpsleven wordt hier gecombineerd met flanerende nouveau riche. Als je geen witte broek draagt en een polo van Ralph Lauren, tel je eigenlijk niet mee. Om nog maar te zwijgen van de dure champagnes in zelfs het eenvoudigste restaurant.

Vanochtend liet ik mijn haar knippen bij Franco, de plaatselijke barbier. In een versleten kapperstoel met een licht roestige schaar. Daar ging het gewoon over de dingen van de dag. De dingen van het dorp. Een dorp met een gouden randje, dat wel...

22.9.09

Seen it, done it, been there

We zijn in Rome, als onderdeel van onze eerste Europese vakantie in jaren. Sterker, we kunnen ons niet eens meer precies herinneren wanneer we voor het laatst op eigen continent langer dan een paar dagen van huis waren. Dat klinkt overigens interessanter dan het is - ik ben er na twee dagen Italië al achter dat je hier per saldo echt niet voordeliger uit bent dan in Azië, ondanks de spotgoedkope tickets van Transavia.

Gisteren alle highlights binnen drie uur nog eens afgewerkt: Vaticaan, Piazza Navona, Pantheon, Trevi, Spaanse trappen. Seen it, done it, been there. Vanochtend naar het museum voor hedendaagse kunst, het MACRO, op een steenworp afstand van Villa Borghese. Aardig, maar niet indrukwekkend. Vanmiddag een bescheiden pizza op een terrasje in de Romeinse nazomerzon en inmiddels met de benen omhoog ter voorbereiding op het avondprogramma. Zoals het er nu naar uitziet, blijft dat overigens beperkt tot sushi eten bij de beste Japanner in de stad.

Morgen nog een dagje hier. Daarna pakken we de trein. In welke richting is nog even de vraag. Ik wil zelf naar de Adriatische kust, maar Miriam heeft het al weken over de baai van Napels. Daar ligt Capri. Maar net als bij de gelijknamige ijssalon in Rotterdam, ben ik bevreesd dat de klank mooier blijkt dan de werkelijkheid...

28.8.09

'Ik heb toch Google Earth!'

Er is een slagboom aan de ingang, die bovendien gesloten blijft tussen één en zes uur 's nachts. Voor uw en onze veiligheid. Om dezelfde reden zijn houtskoolbarbecues uit den boze, moeten honden aangelijnd, ligt de maximumsnelheid op tien kilometer per uur, dien je na tien uur 's avonds volstrekte stilte in acht te nemen en moet je standplaats op de dag van vertrek voor twaalf uur zijn vrijgemaakt. Dat laatste lijkt me overigens vooral heel prettig voor de eigenaren van Camping des Mures in het Zuid-Franse plaatsje Grimaud, met vrij zicht over de baai op het mondaine Saint-Tropez. Een plek waar je natuurlijk nog niet dood gevonden wilt worden.

Toch is het de locatie waar mijn goede vriend Paul al jaren met veel plezier komt. Het is feitelijk ook de enige plaats buiten Nederland waar hij op recreatieve basis wel eens vertoeft. Ok, met uitzondering van een enkel skiuitje en de interrailavonturen die we in onze jonge jaren - uiteraard onder mijn aanvoering - samen beleefden. Zo lang ik Paul ken, komt 'ie op Camping des Mures. In een huisje. Nee, niet 'een' huisje, maar altijd in hetzélfde huisje.

Hoe vaak heb ik al niet geprobeerd om Paul op andere gedachten te brengen? Maar wervende verhalen over bestemmingen rond de evenaar halen niets uit. Paul wil helemaal niet naar Azië of Zuid-Amerika. Veel te veel gedoe, veel te weinig comfort, allemaal rare gebruiken en onbekend voedsel, enge ziektes en enge beesten, criminaliteit en noem maar op. Ook het argument dat zo'n vakantie echt niet veel meer hoeft te kosten dan een uitje naar Zuid-Frankrijk maakt geen enkele indruk. Paul zegt dan steevast: 'Ik heb toch Google Earth! Ik kan elke dag naar Thailand, als ik dat wil."

Even had ik goede hoop, toen er onlangs een nieuwe vrouw in zijn leven kwam. Maar die hoop vervloog acuut toen ik Paul gisteravond sprak. "Ik ben met vakantie," zei hij. "Je zit toch niet weer op die camping?" vroeg ik. Paul bevestigde. Hij zat met Christien gewoon weer op die camping. "Maar," zo voegde hij met enige trots toe, "niet in mijn vaste huisje, maar op het kampeergedeelte!"

27.8.09

Gesprek van pappen en nathouden

Ad dreigde te worden verbannen naar de deeltijd WW. En daar had 'ie schijnbaar weinig trek in, te oordelen naar het telefoongesprek dat Ad met zijn baas voerde, die vlak voor mij zat in de sneltrein naar Amsterdam. De baas was een nagenoeg kale man, iets bedeesd maar vastbesloten sprekend, die er de gewoonte van maakte om een zin te beginnen met 'ten eerste' of 'twee dingen', om vervolgens al snel de weg in zijn eigen betoog kwijt te raken en nooit meer bij punt twee uit te komen. Ad kende die gewoonte, zo concludeerde ik en maakte het nog wat erger door zijn opponent regelmatig al ergens halverwege het eerste 'ding' in de rede te vallen.

Het was een gesprek van pappen en nathouden. Dat deed de kale man overigens bepaald niet slecht. De vrees van Ad was dat hij nog steeds honderd procent van zijn taken zou moeten uitvoeren in tachtig procent van zijn tijd. En dat terwijl hij al tot over zijn oren in het werk zat! Even had ik met de kale man te doen. Daar gaan we weer, voelde ik hem bijna denken. Die prutser van een Ad, die hem weer stoorde met een oeverloos lulgesprek en hem bovendien niet uit liet praten. De Ad die hij liever kwijt was dan rijk, die het natuurlijk weer retedruk had terwijl de rest van het bedrijf duimen zat te draaien. Die Ad moest híj nu zien te overtuigen. Zonde van de tijd.

Als het al zo was dat de kale man zich ergerde, dan liet 'ie dat bepaald niet blijken. Hij nam alle tijd van de wereld en noemde voor de derde keer het eerste van wat kennelijk twee argumenten waren. De soep werd ook niet zo heet gegeten als 'ie werd opgediend! Als Ad echt tot over zijn oren in het werk zat, dan moesten ze dat maar eens nauwkeurig bekijken. Liefst in het bijzijn van Fieke, dat begreep Ad natuurlijk wel - ik stelde me voor dat Fieke dan de bitch zou spelen. En als uit die analyse naar voren kwam dat Ad inderdaad te veel op zijn bord had, dan waren er twee mogelijkheden: werk overdragen of... Wat zeg je Ad?

De kale man heette Peter van Scheijndel. Dat leerde ik toen hij later nog op een voicemail reageerde. De telefonist die hem daarbij te woord stond, had moeite om de beller goed te verstaan. "Peter van Scheijndel, VHP Ergonomie," lispelde hij dan ook drie keer, voordat de hele reut er op dicteesnelheid alsnog verstaanbaar uit kwam. Het gesprek met Ad had hij even daarvoor eindelijk afgerond met sussende woorden. "Inderdaad, misschien is dat het beste," had Peter gezegd, om twee octaven hoger op vaderlijke toon te vervolgen: "Ja hoor, slaap er nog maar even een nachtje over! Zoiets heeft altijd even nodig om helemaal door te dringen."

Ad bedankte kennelijk uitgebreid. Ik ook, in gedachten. Op het station was de Volkskrant uitverkocht geweest en heel even had ik me zorgen gemaakt over de vraag of ik de tijd wel door zou komen...

22.8.09

Tussen de oren zit het niet lekker

Er is een onmiskenbare verbintenis. De streek voelt als een soort tweede thuis. En hoewel dat direct heel clichématige aandoet, is het absoluut waar. Het landschap met z'n natuurlijke glooiing, het zangerige taaltje van de mensen. De 's' die steevast klinkt zoals in 'ssssssst'. Je wordt hier op straat nog hartelijk gegroet. Ik zeg zelf beleefd 'dag', maar de algemeen geaccepteerde term is 'hoi'. Met een langgerekte o-klank. Meer als 'hooi' dus, met een klein sprongetje omhoog aan het eind. Hoo-jie. Zoiets. Ik hou ervan. Bij de plaatselijke fruitstal in het winkelcentrum om de hoek werd me vanochtend geadviseerd om eventjes een 'kneupske' te leggen in het zakje dat ik kreeg aangereikt, om te voorkomen dat de zojuist gekochte aardbeien zouden ontsnappen.

Limburg. Het is altijd aangenaam om er te zijn. Mijn beide ouders groeiden er op. Leerden elkaar hier kennen. Hij kwam uit Geleen, zij uit Heerlen. En hoewel beiden import waren - de ouders van mijn moeder komen uit Utrecht en van mijn vader uit Zeeland - is er in de genen toch iets zuidelijks geslopen. Iets van genegenheid op z'n minst. We kwamen hier als kind dan ook regelmatig. En door de jaren heen zijn die bezoekjes altijd gebleven. Omdat hier nog steeds familie woont, maar ook omdat het heerlijk is gewoon een dag of twee in Maastricht te zijn, wat door het Geuldal te zwerven, de trein naar Valkenburg te nemen of te genieten van de vergezichten in heuvelachtig Mechelen. Rijstevlaai. Nog zo'n reden.

Ik ben bij oma in Heerlen op het moment. Op zorgbezoek. Niet lang geleden brak ze voor de tweede maal een heup. Rechts dit keer, nadat een jaar of tien geleden links al eens aan de beurt was geweest. Vanuit medisch perspectief gaat het eigenlijk hartstikke goed, maar tussen de oren zit het nog niet helemaal lekker. Ze mag dan negentig zijn inmiddels, accepteren dat daarmee ook de gebreken komen, wil niet al te zeer lukken. Een gebroken heup is dan wel heel erg confronterend. Omdat het direct allerlei nieuwe beperkingen met zich meebrengt. Te meer daar ze verder zeer bij de tijd is. Oma woont nog op zichzelf en wist zich altijd prima te redden met een beetje hulp op z'n tijd.

Inmiddels lijkt iets van een aanleunwoning onvermijdelijk. De trap komt ze thuis niet meer alleen op. Slapen doet ze nu tijdelijk in de woonkamer. "Dit ga ik dan wel missen," zei ze vanochtend terwijl we in de tuin van het vroege zonlicht genoten. Ik knikte begrijpend. Oma is dol op haar tuin. Zoals mijn moeder dat ook heeft. "Maar weet je wat wel een voordeel is," vervolgde ze met ondeugende pretoogjes, "dat ik in zo'n aanleunwoning misschien iemand kan vinden om lekker Scrabble mee te spelen." Ik lachte. "Bingo, oma! Dát doen ze daar! Geen Scrabble." Ze schudde haar hoofd en zei resoluut: "Dat nooit! Ik ga geen Bingo spelen." Ik moest lachen, oma keek vooral resoluut. Na een korte stilte sputterde ze nog even: "Mij niet gezien hoor! Nee, geen Bingo."

Wat is het toch een heerlijk mens...

6.8.09

Verbazingwekkend fris

Alle mensen! Nog geen uur later was 'ie er al. Bram is de naam. Zoals mijn opa ook heette. Hoogblonde haren. Hopelijk op termijn iets minder kalend dan zijn vader.

Annelies zag er verbazingwekkend fris uit. Wat een droombevalling ook. Het zou me niets verbazen als het een nieuw wereldrecord betreft.

Acht centimeter ontsluiting

De telefoon. Moet Thijs zijn, dacht ik. En inderdaad. "Is het begonnen?" vroeg ik. "Het is begonnen," zei hij. We hadden afgesproken dat 'ie me dag en nacht mocht bellen. En daar was het verlossende telefoontje dan zojuist. Mijn broer klonk opeens heel serieus. Geconcentreerd ook.

Annelies staat op het punt om te bevallen. Acht centimeter ontsluiting inmiddels and counting. Mijn bed dus maar weer uit en op naar het ziekenhuis. Dit mag ik natuurlijk niet missen. Het voelt spannender dan ik had gedacht...

13.7.09

Iets van argwaan in hun blik

Een vader en zijn twee jonge dochters, een onmiskenbare tweeling. Peroxideblond haar, een lichte krul in de punten. Ik schatte ze een jaar of vier. Beiden bewogen zich door de supermarkt met behulp van een modern soort skelter. De trapauto's waren vermomd als stripfiguur en hadden iets weg van een praalwagen tijdens carnaval.

Vader was op weg naar het assortiment verse pasta. Twee pakken ravioli met spinazie- en ricottavulling haalde hij even later uit het schap. Zijn dochters volgden iedere beweging met volle aandacht. Iets van argwaan dacht ik te bespeuren in hun blik. Op het moment dat vader de ravioli in zijn winkelwagen deponeerde, gingen ze los.

"Nee," riep de één dreigend. En de ander schreeuwde ter verduidelijking: "We willen koei!"

3.7.09

'Doet u mij maar drie kilo'

Elke vrijdag is het markt bij mij voor de deur. Ik neem mezelf al ruim een jaar voor om mijn boodschappenschema daar op af te stemmen, maar het komt er steeds niet. Te veel gedoe uiteindelijk, te veel mensen.

Vaak komt het er dan ook op neer dat ik mezelf tussen de slenterende menigte doorwurm, om zo de ingang van Albert Heijn te bereiken. Daar doe ik vervolgens in alle rust - met een muzakje op de achtergrond - mijn inkopen.

Recht tegenover Albert Heijn staat een kraampje waar aardappelen worden verkocht. Toen ik zojuist de supermarkt verliet met een voorraadje Red Bull en toiletpapier, ving ik het volgende gesprek op:

"Wat mag het zijn, mevrouwtje?"
"Doet u mij maar drie kilo... We gaan op vakantie."